Over ons
antisemitisme.be
Sinds 2001 registreert antisemitisme.be alle antisemitische incidenten in België. Fysieke, verbale of schriftelijke agressie, beschadiging, vandalisme, ideologische uitingen, publicaties of opmerkingen op digitale media zoals internet en sociale netwerken, waarvan u slachtoffer of getuige bent.
Ons team is bereikbaar via de hotline, per e-mail of via de formulieren op onze website.
Wij staan tot uw beschikking om u te ondersteunen bij het indienen van een klacht bij de bevoegde autoriteiten en/of bij UNIA.
Al uw gegevens worden strikt vertrouwelijk behandeld en worden in geen geval openbaar gemaakt.

Definitie van antisemitisme
De Internationale Alliantie voor de Herdenking van de Holocaust (IHRA) brengt regeringen en experts samen met als doel de educatie, herdenking en het onderzoek rond de Holocaust te versterken en te promoten, en om de toeziggingen van de Verklaring van Stockholm van 2000 uit te voeren.
De niet-bindende werkdefinitie van antisemitisme werd aangenomen door de 31 lidstaten van de IHRA op 26 mei 2016:
“Antisemitisme is een bepaalde perceptie van Joden, die zich kan uiten in haat jegens hen. Retorische en fysieke uitingen van antisemitisme zijn gericht tegen Joodse of niet-Joodse individuen en/of hun eigendommen, tegen Joodse gemeenschapsinstellingen en plaatsen van aanbidding.”
De volgende voorbeelden, bedoeld als leidraad voor het werk van de IHRA, illustreren deze definitie:
Antisemitisme kan zich uiten in aanvallen tegen de staat Israël, wanneer die wordt gezien als een Joodse gemeenschap. Kritiek op Israël, vergelijkbaar met kritiek op andere staten, kan echter niet als antisemitisch worden beschouwd. Antisemitisme bestaat vaak uit het beschuldigen van Joden van samenzwering tegen de mensheid en het verantwoordelijk stellen van Joden voor “alle problemen in de wereld”. Het uit zich mondeling, schriftelijk, grafisch of via daden en maakt gebruik van verontrustende stereotypen en denigrerende eigenschappen.
Tot de hedendaagse voorbeelden van antisemitisme in het publieke leven, de media, scholen, op de werkplek en in de religieuze sfeer behoren onder andere, afhankelijk van de context en niet limitatief:
- Oproepen tot, deelnemen aan of rechtvaardigen van moord of geweld tegen Joden, uit naam van een radicale ideologie of extremistische religieuze visie;
- Het verspreiden van valse, ontmenselijkende, demoniserende of stereotiepe beweringen over Joden of de collectieve macht van Joden, zoals bijvoorbeeld de mythe van een Joodse wereldsamenzwering of controle over de media, economie, overheden of andere instellingen;
- Het collectief verantwoordelijk stellen van het Joodse volk voor daden, werkelijk of verzonnen, gepleegd door individuele Joden, Joodse groepen of zelfs niet-Joden;
- Ontkenning van de feiten, omvang, methoden (zoals gaskamers) of het opzettelijke karakter van de genocide op het Joodse volk door nazi-Duitsland en zijn handlangers tijdens de Tweede Wereldoorlog (de Holocaust);
- Het beschuldigen van Joden of Israël van het uitvinden of overdrijven van de Holocaust;
- Het beschuldigen van Joodse burgers van meer loyaliteit aan Israël of vermeende wereldwijde Joodse prioriteiten dan aan hun eigen land;
- Het ontzeggen van het recht van het Joodse volk op zelfbeschikking, bijvoorbeeld door te stellen dat het bestaan van de staat Israël een racistische onderneming zou zijn;
- Het hanteren van dubbele standaarden door van Israël gedrag te eisen dat niet wordt verwacht of vereist van andere democratische landen;
- Het gebruik van symbolen en beelden die traditioneel met antisemitisme worden geassocieerd (zoals de bewering dat Joden Christus hebben gedood of bloedrituelen uitvoeren) om Israël of Israëli’s te karakteriseren;
- Vergelijkingen maken tussen het hedendaagse Israëlische beleid en dat van de nazi’s;
- Het collectief verantwoordelijk houden van Joden voor de acties van de staat Israël.
Een antisemitische daad is een strafbaar feit wanneer ze als zodanig door de wet wordt gekwalificeerd (zoals de ontkenning van de Holocaust of het verspreiden van antisemitische inhoud in sommige landen).
Een misdrijf wordt als antisemitisch beschouwd wanneer slachtoffers of beschadigde eigendommen (zoals gebouwen, scholen, gebedshuizen en begraafplaatsen) worden aangevallen omdat ze Joods zijn of als zodanig worden gezien.
Antisemitische discriminatie is het ontzeggen van mogelijkheden of diensten aan Joden die wel aan anderen worden aangeboden. Dit is in veel landen verboden.
Definitie afkomstig van de volgende site:
https://holocaustremembrance.com/resources/definition-operationnelle-de-antisemitisme
In het Belgische strafrecht bestaan de volgende bepalingen:
- Het verbod op aanzetten tot haat, geweld en discriminatie op basis van afkomst. Dit criterium heeft voornamelijk betrekking op Joodse personen (zie de voorbereidende werken van de wet van 30 juli 1981 en de rechtspraak).
- De haatmotieven in zogenaamde “haatmisdrijven”. Verschillende strafbare feiten in het Strafwetboek kunnen worden verzwaard als ze worden gepleegd uit haat, minachting of vijandigheid jegens het slachtoffer vanwege zijn of haar afkomst. Terwijl de IHRA-definitie alleen “haat” vermeldt, noemt het Belgische strafrecht ook “minachting” en “vijandigheid”. In haar evaluatierapport over de antidiscriminatiewetten pleit Unia voor een uitbreiding van het aantal strafbare feiten in het Strafwetboek waarbij een abject motief kan worden toegepast.
- Het verbod op de ontkenning, grove minimalisering, rechtvaardiging of goedkeuring van de genocide gepleegd door het naziregime tijdens de Tweede Wereldoorlog (wet van 23 maart 1995).
- Daarnaast worden in de antidiscriminatiewetten nog 18 andere beschermde criteria genoemd. Het criterium van religieuze of filosofische overtuiging kan ook worden ingeroepen voor daden die gericht zijn tegen personen vanwege hun Joodse geloof of tegen gebedshuizen (zoals synagogen). Dit wordt ook wel aangeduid als jodenhaat of judofobie. Dit wordt echter zelden toegepast, omdat de bescherming op basis van afkomst ook dergelijke feiten dekt en als eerder wordt beschouwd.